Chronische migraine is niet zomaar terugkerende hoofdpijn. Het is een neurologische aandoening waarbij de pijnbanen extreem gevoelig worden, wat leidt tot frequente aanvallen die het dagelijks functioneren soms aanzienlijk beperken.
Migrainepijn wordt vaak beschreven als kloppend, doordringend, verergerend bij lichamelijke inspanning of gepaard gaand met misselijkheid, gevoeligheid voor licht of geluid. In de chronische vorm verloopt de aandoening anders: dagen met hoofdpijn komen vaker voor en de hersenen lijken gemakkelijker in een aanval te vervallen. Recent onderzoek biedt meer inzicht in deze pijn en verklaart de opkomst van meer gerichte behandelmethoden.

Pijn afkomstig uit de zenuwbanen van het hoofd
Tegenwoordig wordt migraine beschouwd als een aandoening van het zenuwstelsel. Een van de belangrijkste spelers is het trigeminovasculaire systeem — een netwerk dat de trigeminuszenuw, die verantwoordelijk is voor een deel van de gevoeligheid van het gezicht en het hoofd, verbindt met de bloedvaten en membranen rondom de hersenen. Wanneer dit systeem wordt geactiveerd, kan het de afgifte van mediatoren veroorzaken die betrokken zijn bij het ontstaan van pijn.
CGRP neemt hierin een centrale plaats in. CGRP, of het calcitonine-gen-gerelateerd peptide, is een klein molecuul dat door bepaalde zenuwcellen wordt aangemaakt. Het speelt een rol bij de overdracht van pijnsignalen en bij lokale ontstekingsprocessen. Deze zogenaamde neurogene ontsteking is geen infectie: het is een reactie die door de zenuwen zelf wordt veroorzaakt en die invloed heeft op het omliggende weefsel.
Zo ontstaat pijn bij migraine niet alleen door de verwijding van de bloedvaten. Recente onderzoeken beschrijven eerder een complexe interactie tussen zenuwen, bloedvaten, chemische mediatoren en hersencentra die betrokken zijn bij de pijnperceptie. Bij chronische migraine kan ook sensibilisatie optreden. Deze term verwijst naar een versterking van de reactie van het zenuwstelsel, dat sterker of zwakker reageert op bepaalde signalen.

Steeds gerichtere behandelmethoden
De nieuwste behandelmethoden zijn in grote mate gebaseerd op dit diepere inzicht in de CGRP-route. Monoklonale antilichamen tegen CGRP zijn geneesmiddelen die bedoeld zijn om CGRP zelf of de receptor ervan te blokkeren. Een monoklonaal antilichaam is een eiwit dat is gemaakt om een specifiek doelwit te herkennen. Het doel ervan is niet om een reeds begonnen aanval te behandelen, maar om de frequentie van aanvallen bij sommige patiënten te verminderen.
Gepanten vormen een andere doorbraak. Het zijn kleine moleculen die de CGRP-receptor blokkeren. Afhankelijk van het geneesmiddel en de beschikbare vergunningen kunnen ze zowel voor de behandeling van een aanval als voor preventie worden gebruikt. Hun voordeel is met name dat ze op dezelfde primaire biologische route inwerken als antilichamen, maar met een andere toedieningswijze en farmacologie.
Bij chronische migraine blijft botulinetoxine type A ook in bepaalde situaties een erkend preventief middel. In recente verklaringen van de Franse Vereniging voor de Studie van Migraine en Hoofdpijn wordt echter benadrukt dat er vooralsnog onvoldoende gegevens zijn om voor alle patiënten een duidelijke prioriteit te stellen tussen CGRP-antilichamen, atogepant en botulinetoxine. De therapeutische vooruitgang is dus reëel, maar chronische migraine wordt hierdoor nog geen aandoening die met één behandelingskuur te genezen is.






